Ik had een maand vrij en wilde een bijzondere trektocht maken. Het moest in een gebied zijn dat tot de verbeelding spreekt. Waar viel mijn oog op? Op het Annapurna Circuit in de Himalaya, Nepal. Aangezien ik geen wandelmaatje had, boekte ik een groepsreis.

Onderweg naar Bhulbule

In een vrolijk versierde bus vertrekken we vanuit Kathmandu richting Bhulbule, het beginpunt van het Annapurna Circuit. Na een dag rijden komen we aan in Besisahar. Verder kunnen we niet: boze bewoners houden het verkeer tegen. Gespannen wachten we in de bus terwijl de chauffeur en de reisleider gaan praten. Na enig onderhandelen mogen we verder. ‘Voorheen bleven toeristen overnachten in dit dorp,’ vertelt de reisleider. ‘Nu de weg is doorgetrokken naar Bhulbule, lopen de bewoners inkomsten mis. Door een bus en chauffeur uit het dorp te huren voor het laatste stukje naar Bhulbule, mogen we verder.’ Kosten: 1700 roepies, omgerekend 17 euro.

Verbouwd, bewoond, bewandeld

Ik wandel langs terrassen vol mais. Die liggen in het dal van de Marsyangdi-rivier waar we de eerste dagen doorheen lopen. Steeds weer passeren we kleine dorpjes met thee en snacks voor toeristen. De meeste woningen zijn van leem en hebben een ruimte waarin geslapen en gekookt wordt op hout. Overal zie ik mensen hout kappen, hout dragen en hout opslaan naast het huis. De Nepalezen zijn klein en tenger en de kinderen hangen aan m’n broek en vragen om een foto. Ik maak een foto en wanneer ze op het camerascherm kijken, schateren ze van het lachen.

Dagtocht naar Ice Lake

Na vijf dagen verandert het landschap. Het route gaat over kale, vlakke hellingen met links van ons het Annapurna massief. Het zicht op de witte toppen en strakblauwe lucht is adembenemend. In Manang hebben we een acclimatisatiedag en met drie anderen maak ik een dagtocht naar Ice Lake. Vanuit Manang (3450 meter) stijgen we naar Ice Lake op een hoogte van 4600 meter. Het eerste deel gaat soepel, maar dan moet ik toch een tandje terugschakelen, de hoogte zorgt voor kortademigheid. Bij het meer, achter een muurtje uit de wind en in de zon, eten we onze lunch en doen we een dutje. Daarna dalen we via Braga af naar Manang.

Gidsen en dragers

Het is bijzonder om tijdens de trektocht te zien wat gidsen en dragers allemaal doen. In elke lodge helpen ze in de keuken bij het bereiden van het eten. Ze serveren ontbijt, lunch en diner en gaan daarna zelf pas eten. Eén van de dragers spreekt wat Engels en via hem kom ik er achter dat ze allen uit hetzelfde dorp komen. Enkelen studeren in Kathmandu en anderen zijn boer. Ik ben verbaasd, leeftijd schatten is moeilijker dan ik dacht. De boer waarvan ik dacht dat hij achttien was, blijkt zesentwintig, getrouwd te zijn en twee kinderen te hebben.

Last van de hoogte

Ik hoor een diepe zucht naast me. Mijn kamergenote zit op de bedrand, hoofd gebogen en zegt: ‘Dit wordt een helse dag.’ Dat is niet omdat het 02.30 uur in de ochtend is en we uit bed moeten. Ze heeft last van de hoogte en vandaag moeten we het hoogste punt over, de Thorung La, een pas op 5416 meter hoogte. Gemiddeld heb je vier uur nodig om de pas te bereiken. Wij vertrekken een uur eerder dan de groep zodat m’n kamergenote voldoende tijd heeft.

Over de Thorung La

In het lichtstraaltje van onze koplamp stijgen we richting de Thorung La. Na tien passen staan we stil. Op adem komen, even rondkijken en dan weer verder. Tien passen later staan we weer stil. Zo stijgen we langzaam. De koplampen van onze groep zien we achter ons dichterbij komen. Het voelt mystiek om in het donker te klimmen. Na een uur trakteren we onszelf op citroenthee in de eerste lodge die we tegenkomen. Dan gaan we verder. Tien passen en ik kijk naar sneeuw. Tien passen en ik kijk naar rotsen. Tien passen. Tien passen. Tien passen… Na zeven uur stijgen staan we op de pas, de zon laat de sneeuw knallen en wij zijn euforisch. Nu nog afdalen en rond drie uur ‘s middags staan we in Muktinath.

De rivier doorsteken

Wij wandelaars zijn minder blij met de vooruitgang in de Kali Gandaki-kloof dan de Nepalezen. Er wordt een weg aangelegd en daar willen we niet wandelen. De gidsen zoeken een alternatieve route. Volgens de kaart ligt langs de rivier een route. We vinden een rotsig pad onderlangs de bijna loodrechte helling. Uiteindelijk verdwijnt het pad en kunnen we verder door de stenige bedding van de Kali Gandaki-rivier. En dan houdt het op en moeten we er aan geloven: de rivier door. Hulpgids Ganesh grijnst, hij mag rugzakken, schoenen en deelnemers door de rivier slepen.

Op onze laatste wandeldag lopen we de laatste kilometers ontspannen langs groene rijstvelden en kleine dorpjes. Terug in Kathmandu genieten we van het comfort van het hotel en de keuze aan restaurants in de wijk Thamel. Het Annapurna Circuit was een mooie kennismaking met de Himalaya en met Nepal en ik zal zeker terugkeren.